10-12-2015 | Zeeuwse MTB-strandtocht
De Zeeuwse MTB-Strandtocht, 6 december 2015
Om ± 10:30 uur kwam de Vito met familie Greijdanus om me op te halen voor De Strandtocht die van Scharendijke naar Westkapelle ging. Auke had de Tom-Tom ingesteld en die gaf aan dat we pas om 11:27 uur aan de voet van de Grevelingendam zouden zijn. Zijn we niet te laat weggegaan de start is toch om 11.45 uur? Mijn geloof in dat moderne gedoe is al niet zo groot, we gaan toch niet over de Zeelandbrug dacht ik nog, maar gelukkig werd de tijd steeds bijgesteld tot 11:10 uur. Op de Oosterscheldekering zagen we de deelnemers van het âNed. Kampioenschap tegen de wind fietsenâ. Het was windkracht 7. Het nummerplaatje opgehaald en gemonteerd en vlug weer naar binnen de warmte in. Om 12:00 uur werden we weggeschoten door Jan van der Eijk, de organisator van deze tocht. Tegen Hidde nog gezegd rustig te beginnen: Het is 50 km. wind tegen. Je moet heel alert rijden, ver voor je uit kijken, zie je ineens een breed spoor voor je van een vastgelopen fiets dan niet ineens je stuur omgooien maar rustig naar een ander spoor gaan. Dan weer in een groepje rijdend, dan weer alleen. steeds maar de wind tegen. Ter hoogte van Renesse zag ik Hidde staan, die had wat lucht uit zân banden laten lopen. Heel slim van hem, want je zit wat lager en vangt minder wind en je hebt een breder spoor. Even later zag ik hem weer in een groepje rijden. Ik reed zo tussen de 14 en 16 km. Veel harder ging het niet en ik wilde me ook niet over de kop rijden.
Bij de sluis op de kering was op 23 km. het rustpunt heerlijk in de luwte en wat een rust zonder die wind. Er was weer van alles: warme bouillon, koeken en bananen. Gewacht op een groepje Westkapelleraars van fietsgroep 4xMinderhoud, maar het duurde me toch te lang en ben dan maar alleen vertrokken.
Direct na de kering het strand weer op , er zaten nogal wat vissers dus opletten dat je niet een vislijntje raakte. Bij Oranjezon zag ik Hidde voor me rijden. âGa maar achter me rijden, zo veel mogelijk uit de windâ, riep ik nog. Hij had het zwaar, na een paar km. was hij weer een stuk achter me. Ik ben toen op mân eigen tempo verder gegaan.
Heel oplettend moet je rijden, ver voor je uitkijken waar je voorgangers zijn .We komen op bekend terrein, ik zie de strandtent De Piraat bij Oostkapelle. Het wordt drukker op het strand. Dan zie ik de watertoren van Domburg, dat geeft de fietser weer moed, gelukkig bijna bij Domburg. Maar daar begint het moeilijkste stuk: door de paalhoofden, fiets af, fiets op het achterwiel, dan vlug je stuur omgooien, dat weer een keer, dan op de fiets springen en dan weer verder, dat zo tientallen keren. Ineens een bordje nog 10 km, even een dipje, nog 10 km ben ik nog zo ver van Domburg af.
Een fietser rijdt al kilometers voor me, steeds als hij bij een paalhoofd is kom ik er uit, gelukkig die gaat even langzaam als mij. Tussen Domburg en de dijk passeer ik hem, hij was aan het rekken. âGaat het? Ja hoor, bijna kramp.â
Bij het torentje de dijk op, vol tegen de wind, men heeft hier een mooi panorama van Westkapelle. Om het frietkot heen naar Kasteel van Batavia. Om 4 uur was ik binnen met 50 km op de teller. Even bijkomen, we kregen een bakje snert en mân krentenbollen opgegeten. Geen bolus dit keer want het was geen clubrit. Twee bekenden, een uit Hrieps en de andere uit Sint Laurens vroegen of ik mee ging naar huis. Maar ik moest eerst nog even bijkomen. Ik ben wel eens meer met ze teruggereden van Westkapelle, maar toen was ik blij dat ze bij Hrieps afsloegen, want dat ging me toch een beetje te hard.
Jan van der Eijk bood me aan mijn fiets in zijn bus te doen en het thuisfront te bellen om me op te halen, maar ik had nu zij- en meewind en daar wilde ik nu nog wel van profiteren.
Thuis aangekomen stond de teller op ruim 65km. gemiddelde van 14.1 km. Om 17.30.uur lag ik lekker ontspannend in bad de dag nog eens te overzien.
Piet Boogaard.